Nibud-normen verplicht bij hypotheek

10 augustus 2007

Hoeveel keer het jaarinkomen mag de hypotheek maximaal zijn? Weet u het? In diverse artikelen wordt de afgelopen maanden gesuggereerd dat het vier en een half maal het jaarinkomen is, maar dat is niet juist.

Sinds dit jaar moeten hypotheekverstrekkers zich houden aan de vernieuwde Gedragscode Hypothecaire Financiering (GHF). Onderdeel hiervan is dat hypotheekverstrekkers dezelfde inkomenstoets gebruiken om de maximale hypotheeksom te bepalen. Deze toets is gebaseerd op Nibud-cijfers en stelt een maximum aan het deel van inkomen dat opgaat aan de hypotheeklasten zodat er voldoende overblijft voor andere uitgaven zoals voeding en kleding. In uitzonderingsgevallen mogen banken van deze Nibud-normen afwijken.

Deze norm varieert met inkomen en rentestand. Huishoudens met hogere inkomens kunnen relatief meer lenen, omdat zij meer belastingvoordeel van de hypotheekrenteaftrek hebben. Ook is de rentestand van belang. Bij een lagere rentestand kan men meer lenen dan bij een hogere rentestand. De factor varieert van net drie keer het bruto jaarinkomen bij minimuminkomens en een hoge rentestand tot ruim vijf en een half keer een bruto jaarinkomen van 100.000 euro en een lage rentestand.

Maar hoe komt het Nibud tot deze bedragen? Hoe weet het Nibud nu hoeveel iemand nodig heeft voor kleding bijvoorbeeld? Hiervoor moet ik u eerst iets uitleggen over de Nibud-rekenmethode. Het Nibud maakt een onderscheid in basisbedragen en voorbeeldbedragen. De basisbedragen zijn de uitgaven die minimaal voor een bepaalde uitgavenpost nodig zijn. De basisbedragen zijn afhankelijk van de huishoudsamenstelling maar onafhankelijk van het inkomen. Zo heeft een alleenstaande voor voeding minimaal maandelijks €159 nodig om te kunnen voldoen aan de normen die het Voedingscentrum voor een gezonde maaltijd heeft opgesteld.

De voorbeeldbedragen zijn de uitgaven die een vergelijkbaar huishouden met een vergelijkbaar inkomen gemiddeld heeft aan de verschillende uitgavenposten. Deze bedragen zijn dus zowel afhankelijk van de huishoudsamenstelling als van het inkomen. Hoe hoger het inkomen en hoe groter het gezin hoe meer er wordt uitgegeven aan vervoer bijvoorbeeld.

Het uitgangspunt voor de hypotheeknorm is dat bij een maximale hypotheeklast bij de laagste inkomens de basisbedragen beschikbaar moeten zijn voor de overige uitgaven. Bij de hogere inkomens moeten de overige uitgaven op het gemiddelde van de basisbedragen en de voorbeeldbedragen uitkomen. Na aftrek van de hypotheeklasten is er voor de overige uitgaven nog een bedrag over dat tussen de basis- en de voorbeeldbedragen ligt. Het zou niet realistisch zijn om, bij een inkomen boven het minimum, alle overige uitgaven op basisniveau te doen. Bij een maximale hypotheeklast houdt een huishouden wel minder over dan wat gemiddeld is bij zijn huishoudsamenstelling en inkomen.

De cijfers voor het berekenen van de uitgaven krijgt het Nibud uit verschillende bronnen. Een belangrijke informatiebron is bijvoorbeeld het Doorlopend Budget Onderzoek van het CBS, het Voedingscentrum en EnergieNed.

Maar feitelijk bepaalt u natuurlijk uiteindelijk zelf hoeveel keer het jaarinkomen u wilt verwonen. Als u van luxe uiteten houdt, graag vaak op vakantie gaat dan wilt u misschien minder kwijt zijn aan de hypotheek. Daarom is het altijd goed om zelf inzicht te hebben in wat u netto maximaal kwijt zou willen zijn aan de hypotheek. Door het persoonlijk budgetadvies in te vullen, op www.persoonlijkbudgetadvies.nl krijgt u inzicht in uw uitgaven patroon en kunt u beoordelen hoeveel geld u na aftrek van de hypotheek nodig heeft om lekker te kunnen leven en niet op vakanties te hoeven beknibbelen.

Bron: Overgeld.nl

Gepost in Nieuws |

Laat een reactie achter

Opgelet: Uw reactie moet goedgekeurd worden, dus kan het even duren voor hij zichtbaar wordt. Het is niet nodig om uw reactie nogmaals te versturen.